Artikel 5
Rechtsbescherming
- De medewerker die met inachtneming van de bepalingen in deze regeling een vermoeden van een misstand heeft gemeld, wordt op geen enkele wijze in zijn positie benadeeld als gevolg van het melden. Onder benadeling wordt in ieder geval verstaan het nemen van een benadelende maatregel, zoals het treffen van een disciplinaire maatregel, een opgelegde benoeming in een andere functie en het onthouden van promotiekansen.
- De werkgever draagt er zorg voor dat de leidinggevenden en collega’s van de medewerker die een vermoeden van een misstand heeft gemeld, zich onthouden van iedere vorm van benadeling in verband met de melding, die het professioneel en persoonlijk functioneren van de melder belemmert.
- De werkgever spreekt werknemers die zich schuldig maken aan benadeling van de medewerker die het vermoeden van een misstand heeft gemeld, daarop aan en kan hen een waarschuwing of een disciplinaire maatregel opleggen.
- De werknemer van de vennootschap die als adviseur als bedoeld in artikel 4 van deze regeling optreedt wordt op geen enkele wijze benadeeld in verband met het hebben van die positie. Inwerkingtreding Artikel 6 Deze regeling treedt in werking op 1 februari 2018.
